Wednesday, 5 September 2018

Toonaangevend Bergens kunstschilder

Dirk Filarski, 1885 -1964 Man van het snelle schilderen. Is de naam Filarski Pools ? Zou het niet weten

Column nr 519

Via zijn Poolse voorouders, kwam hij in Amsterdam terecht. Hij ging op zijn vijftiende naar de Quellinuschool/ Daar leert hij figuur schilderen  Vervolgens gaat hij vier jaar naar de Kunstnijverheidsschool en schildert erg veel  in de omgeving van Amsterdam.In 1907 gaat hij Dirk Smorenberg in de leer in Bergen.. In 1910 trekt hij in bij Arnout Colnot in een boerderij van Mastmeijer.  Zij konden die huren, Een buitengewoon onrustige geest en hij zwerft door vele landen. Naar Parijs gaat hij met Bendien en Jan Herwijnen, Hij had de eigenaardige gewoonte soms met een karretje met schilders benodigdheden door een land te trekken. Alleen had hij spullen voor zijn werk bij zich. Geen schoon ondergoed of andere kleren. Als zijn omgeving tegen hem zei, dat hij stonk, dan kocht hij gewoon nieuwe en de oude verbrandde hij. Hij was lid van Arti, Pulchri Den Haag,  St. Lucs, de Onafhankelijken.
Hij organiseerde een grote solo tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum in 1950 en in 1955 in het Stedelijk te Amsterdam. 
Filarski had nimmer een vaste signatuur. Het was Filarski,  of D. Filarski of D.H. W. Filarski. Mocht u ooit tegen een werk van hem aanlopen, wees er zuinig op. Zijn prijzen zijn al jaren constant. Hieronder enige impressies van schilderijen 

Dirk Filarski, bloemen vaas werk uit vroege periode


Dirk Filarski, bloemen met Aronskelken




Dirk Willem Filarski, Boerderijen, olieverf op doek, gesigneerd en gedateerd, 1942


Zo heeft u enige indrukken gekregen van weer een ander fenomeen uit Bergen. Werken van hem zijn nog steeds te koop op veilingen en handelshuizen. Geniet ervan. Kunstboeken, lezingen, adviezen, taxaties, essays, etc contact via deze blog
drs jjj artes admirans

Wednesday, 29 August 2018

Telg van Bergense School

Column nr 518
Kunstschilder en glazenier Jaap Min 1914-1987

Expressionistisch werk

Jaap Min  Kalf verpennen  ( eigenaar onbekend)


Jaap Min damhekken Voert, Voert is buitengebied van Bergen waar Hanneke Schless haar expositieruimte heeft ( Hanneke Schless, collega VU)
Jaap Min, kustlijn, op voorgrond de duinen, daarachter zie je de zee ( witte vlakken)

Adriaan Venema die een boek schreef over de  Bergense School, benadrukt dat na de beginperiode de schilders expressionistisch werken. Venema is van mening dat de algemene aanname dat Henri Le Fauconnier daarin een grote rol speelde. Volgens Venema was dat niet het geval.


Jaap Min, geboren in Bergen in 1910, was een van de vele Minnen, die in Bergen woont. Hij had veel broers en zijn zoon Maarten Min is een gevierd architect. Zijn broer Simon begon na zijn pensionering zich creatief uit te leven met sculpturen van gegoten beton, houtsnijwerk en schilderijen.

Jaap Min was een leerling van Matthieu Wiegman, hij genoot zijn opleiding aan de Rijksacademie te Amsterdam en had als leermeesters J.H. Jurre en H. Campendonk. Buiten het schilderen maakte hij behoorlijk veel religieuze kunst en had daar in een goed voorbeeld gekregen van zijn leermeester  Matthieu Wiegman. Jaap Min maakte voor de voormalige huishoudschool hier in het dorp een glas in lood raam dat beroepen weergaf voor de meisjesleerlingen die daar op school zaten. Aan de buitenkant van het gebouw maakte hij een plastiek van een vogel met een kluwen wol in haar bek. Een bouwvakker uit het dorp, die meewerkte aan de sloop van de school, wist dat het kunstwerk van een bekende kunstenaar was en vroeg of hij het mee mocht nemen. Het ligt bij hem nog steeds op zolder wachtend op een nieuwe bestemming, maar je moet een flink oppervlak van een muur hebben om het kunstwerk opnieuw te plaatsen en in het dorp is daarvoor nog niets gevonden.

Van 1955 tot 1961 was Jaap Min docent aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht en in 1961 keerde hij terug naar zijn vrouw en zijn grote gezin.
Zoals u aan de afbeeldingen hierboven ziet, was hij bij uitstek een landschapsschilder met bonkige en hoekige vormen. Kortom een veelzijdig kunstenaar, die tot de schilders van de latere periode van de Bergense School wordt gerekend. Een telg uit een buitengewoon kunstzinnig Min milieu. Neeltje Maria Min, de bekende dichteres is een nicht van hem.
Kunstboeken, lezingen, adviezen, taxaties, rondleidingen, essays , contact hierover via deze blog
drs jjj artes admirans

Tuesday, 21 August 2018

Religieuze kunst uiterst zeldzaam




Matthieu Wiegman 1886-1971

Column nr 517

Na zijn opleiding aan de Ambachtsschool in Alkmaar gaat hij naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam van 1904-1909  . Hij wordt gerekend tot de schilders van de Bergense School en had veelvuldig contact met  Leo Gestel en Charley Toorop.  Hij reist naar Frankrijk en Italië voor langere periode en schildert veel te Parijs.
Hij kreeg opdrachten op kruiswegstaties te maken voor diverse kerken  en ook al is zijn religieuze werk slechts een klein gedeelte van zijn totale oeuvre. hij wordt dikwijls als een van de weinigen die zich met kerk en geloof bezig hield. In 1907 maakte hij zijn eerste religieuze werk : de prediking van Willibrord in Nederland, afbeelding hierboven. De eerste geloofsverkondiger in het westen. Met zijn bisschopsstaf spreekt hij de mensen toe.
Het andere schilderij uit 1920-1921 heet Visitatie. Maria bezoekt haar nicht Elisabeth, een bijbels tafereel, Olieverf op doek 130.6 x 115,cm , een fors doek, dat nu in het Stedelijk Museum te Alkmaar is te zien en oorspronkelijk tot de beroemde collectie  Boendermaker behoorde
Deze ontmoeting tussen Maria en Elisabeth is het begin van het nieuwe testament. Elisabeth wordt moeder van Johannes de Doper, de voorloper van Jezus van Nazareth en Maria wordt moeder van Christus, de heilsprofeet, stichter van het christelijke geloof. Het leven van Christus wordt uitvoering verhaald door vier evangelisten en leerlingen van hem.  Deze kerk groeide wereldwijd uit met het centrum eerst in Jeruzalem en later Rome

Helaas moest ik door ziekte enige keren verstek laten gaan, maar het gaat de goede kant uit en hoop u vervolgens weer wekelijks te ontmoeten 
Kunstboeken, lezingen, adviezen, taxaties, rondleidingen etc, contact via de blog
drs jjj artes admirans





Tuesday, 7 August 2018

Kunststroming De Ploeg ( Groningen)

Gronings expressionisme


Column nr 516 dd, 7 augustus 2018

We verlaten de problematiek van de kerksluitingen en moeten vaststellen dat in de pers het proefschrift van Herman  Wesselink breed door de pers  werd geciteerd, beoordeeld en wellicht hebben belanghebbende baat bij zijn adviezen. Nu gaan we eens  kijken in het Hoge Noorden waar pal na de Eerste Wereldoorlog dit kunstenaarscollectief werd opgericht. De Ploeg. Geen landelijk baanbrekende stroming, maar het verdient binnen deze kolommen toch enige aandacht. Jan Wiegers een van de schilders was een groot bewonderaar van de Duitse Expressionist Ernst Ludwig Kirchner ( 1880-1938)en deze schilder had toentertijd al grote naam en faam. De belangrijkste leden van de Ploeg waren:
1. Johan Dijkstra (1896=1978)
2< Jan Wiegers ( 1893-1959)
3, Hendrik Werkman ( 1882-1945)
4, Jan Altink(1885-1971)
Onder andere had Jan Wiegers een conventionele  opleiding bij Minerva gehad, maar hij voelde zich veel meer aangetrokken door deze nieuwe stroming . Zij schilderden ook onder ander en plein air, zoals de Impressionisten deden, maar kwamen tot een geheel andere concept. Je zou Hendrik Werkman de motor kunnen noemen van de beweging, Een sterke persoonlijkheid, die wist wat hij wilde, Hij was ook politiek geëngageerd en omdat hij zich liet beinvloeden door de  Duits Joodse filosoof Martin Buber, werd hem dat fataal in 1945. Op 13 maart werd hij door de Duitsers gearresteerd en op 10 april werd hij gefusilleerd op de executieplaats Bakkeveen. Werkman had een eigen drukkerij gehad en daar experimenteerde hij ook als met typografische trucjes.
Een andere schilder Jan Wiegers introduceerde een nieuwe schildertechniek . Hij mengde de verf met bijenwas en benzine en dat krijg je heel andere effecten.
Het was een hobby van de Groningers om portretten van elkaar te maken en zo werd een band gesmeed. Het Groninger landschap was hen allen dierbaar. Zij schilderden dat op een bijzondere manier met een hoge horizon  en verder met een geaccentueerd perspectief middels een sloot of een weg en vervolgens contrasterende kleurvlakken. 
Het is summier wat er te vertellen valt, maar er is ook weinig literatuur over dit verschijnsel in de Nederlandse kunstwereld. Hieronder ziet u nog enkele afbeeldingen van  Werkman en Wiegers


 Hendrik Werkman,  Dorpstraat , olieverf op doek,69 x 119.c cm Stedelijk Museum Alkmaar
                                                     

                                                       


Jan Wiegers, Kirchner in zijn atelier, 69 x 89 cm Groninger Museum Groningen


Zo heeft u wat aan de summiere kant even kennis kunnen maken met de Ploeg.
Kunstboeken, lezingen, adviezen, taxaties, rondleidingen, essays. Contact  via de mail
drs jjj artes admirans




Monday, 30 July 2018

Nog een keer Kerkenbouw

De uitbarsting van katholieke kerkenbouw vanaf 1850

Column nr 515 dd 30 juli 2018

Geheel tegen mijn gewoonte in heb ik een wekelijkse column overgeslagen. Dat was overmacht en daar heb je jezelf maar bij neer te leggen. Gezondheid gaat boven alles en er moest wat gereviseerd worden, dat zijn tijd nodig had.
Die enorme hausse in de katholieke kerkenbouw had zeker voor een deel te maken met het herstel van de katholieke hiërarchie in 1853 en vanuit de nieuwe bisdommen werd de kerkenbouw sterk geactiveerd omdat in de reformatie veel rk kerken waren overgegaan naar de protestantse eredienst. Niet alleen beleefde de kunst een groot reveil in de negentiende eeuw, ook de kerkenbouw zat in de lift en werd gestimuleerd door de overheid die waterstaatarchitecten ter beschikking stelde, die overigens ook nieuwe protestante kerken ontwierpen. Je kunt de architecten Pierre Cuypers en Tepe als exponenten van de katholieke emancipatie noemen. Cuypers bouwde alleen al in Amsterdam zes kerken, waarvan er nu nog drie over zijn o.a. de kerk aan het Spui. Deze kerk in onttrokken overigens aan de katholieke eredienst en wordt nu gebruikt voor concerten en bijeenkomsten. De andere niet meer als katholieke kerk in gebruik is de Vondelkerk. Tepe bouwde de Krijtberg in Amsterdam en de Nicolaas basiliek in IJsselstein. Theo Molkenboer bouwde in de stukadoorsgotiek , soms Neo Romaans, maar meestens Neo Gotisch .Voorbeelden hiervan vind je in West Friesland in Westwoud en 't Veld. Het moest allemaal eenvoudig en niet te duur. Sommige van die kerken hebben het geen eeuw uitgehouden en werden vervangen door robuuste kerkgebouwen. De hervormde kerk op de Markt in Schagen , ging in in  1895 in vlammen op en werd vervangen door een kerk in Neo Renaissance stijl  van architect Johan van der Steur. Tot op de dag van vandaag staat deze kerk fier op de markt. Is als het ware het centrum van Schagen en om die kerk en markt zijn er talloze kroegen en cafés en dat maakt dat deze plek het echte levende hart van Schagen is. De katholieke kerk van Schagen stond aan de Molenstraat, verder van het centrum. Deze kerk verving een oude kerk ,. bijna bouwvallig en in 1883 bouwde de hierboven genoemde architect Tepe een grote Neogotische kruisbasiliek.
Bij deze sluit ik de bespiegelingen rond het proefschrift van ex collega Herman Wesselink. We gaan volgende week kunstschilders van naam belichten en laten de architectuur,. hoe boeiend ook, even achter ons. Buiten de persoonlijke redenen hierboven genoemd, was het een prettige bijkomstigheid van ons land door een hittegolf werd geteisterd en dan leidt dat tot weinig activiteit en dien je zelf gas terug te nemen om de gezondheid niet te schaden. Kunstboeken, lezingen, adviezen, rondleiding etc. contact via deze blog 
drs jjj artes admirans.
Hierboven  nog een mooie impressie van de Vondelkerk in Amsterdam.


Monday, 16 July 2018

Een sterke toren in het midden van de stad

Column nr 514 dd. 16 juli 2018

Proefschrift van Herman Wesselink : ondertitel : Verleden, heden en toekomst van bedreigde kerkgebouwen

Herman, een oud studiegenoot promoveerde 21  juni jl. op dit thema. Een jarenlange studie van onderzoek ging hieraan vooraf. Wij leerden hem in onze studietijd al kennen als een kenner van kerkgebouwen en dat had zijn bijzondere interesse. 
Zijn proefschrift behandelt de situatie in de steden en zoals met alles moet je kiezen en als je de kerken van het platteland er ook in zou betrekken, zou zijn proefschrift i.p.v. 320 pagina's nu, wellicht het dubbele zijn geweest. De oorzaken van de sluiting van zoveel kerken duidt de onderzoeker op pagina 202 als volgt :" Vanaf de jaren 1960 spoelde er een sloopgolf door het land, als gevolg van de snel toenemende ontkerkelijking, ontvolking van steden en stadsvernieuwing, zeker een paar honderd beeldbepalende negentiende en twintigste-eeuwse kerken gingen tegen de vlakte. Vanaf 1970 groeide het maatschappelijk protest tegen deze kerksloop en ontstond langzaam maar zeker een herwaardering voor neostijlen uit de negentiende eeuw."
Van de zesduizend kerken in Nederland werden er maar liefst duizend gesloopt. Het moest anders. Zeker de betrokken partijen als bisdommen, Synode etc gingen zich beraden om de meest verstandige keuzen te maken bij sloop of behoud. Op pagina 204 beschrijft doctor Herman methoden die door de KU Leuven worden gehanteerd bij beoordeling en dan zijn dat er drie:  architectuur, interieur en context De Vlamingen hanteren ook een een puntenschaal aan de hand van letters en cijfers.
Verder schrijft de onderzoeker van : Een extra onderdeel van dit onderzoek vormde de database. Deze bevat het eerste kwantitatieve , geografische en digitale overzicht van alle nog bestaande kerkgebouwen uit de periode 1800-1970. De kerkgebouwen zijn aan de hand van metadata als locatie, denominatie, architect, bouwstijl,datering en monumentenstatus  op de digitale kaart Geoplaza zichtbaar gemaakt. De database kan allerlei soorten kwalitatieve en kwantitatieve informatie opleveren die van nut zijn bij het op waarde schatten van een kerkgebouw of een groep kerkgebouwen, al dan niet volgens het hier voorgestelde waarderingssysteem.
Dat systeem omschrijft Wesselink in de classificaties , A, B, C en D met een puntenstelsel. Elke kerk kan maximaal zes punten krijgen. A, B. C. en D staan dan voor interieurensemble, , architectuur, kerkhistorie en stedenbouw. Per categorie kan men dan zes punten scoren, totaal dus 24. 
Je kunt natuurlijk hier niet dit proefschrift even zo kort samenvatten. De bovengenoemde punten zijn wel de peilers waarop zijn gedegen studie is geschraagd. Het zal alle belanghebbenden buitengewoon interesseren welke nieuwe gezichtspunten erin naar voren komen en verantwoordelijken kunnen helpen bij het maken van de goede keuzen.
Een van zijn studiebegeleiders was professor Koos Bosma, een architectuurhistoricus van grote naam, die enige tijd terug is overleden. Van Koos kregen we ook enige colleges en hij schreef een boek over de bunkerbouw in Nederland. Herman had in hem een prima begeleider
Tot slot enige afbeeldingen van kerken, die als bijlage in zijn proefschrift zijn bijgevoegd en willekeurig zijn. Als u de problematiek interessant vindt, kan er nog een vervolgcolumn aan vastgeplakt worden, maar dat moet u als lezer mij dan even inseinen via deze blog. Het is duidelijk dat onder  onze alle lezers/lezeressen van deze columns mensen zijn die niet kerkelijk zijn en niets met kerken hebben, maar wellicht vinden deze de problematiek wel interessant.In verband met persoonlijke omstandigheden volgende week geen column
Kunstboeken, lezingen, adviezen, essays, rondleidingen etc. contact via deze blog.
drs jjj artes admirans






Wednesday, 4 July 2018

Mevrouw Marius en de Haagse School

Mevrouw Marius, auteur van Hollandsche schilderkunst in de negentiende eeuw

De Haagse School, een bijzonder fenomeen

Column nr 513 dd. 4 juli 2018

Enkele jaren terug werd een exemplaar op een boekenmarkt aangeschaft onder de titel De Hollandsche schilderkunst in de negentiende eeuw door G.H. Marius. Het was de tweede druk uit 1920, eerste druk was 1919. Dit boek overleefde dus nagenoeg een eeuw en zag er alleszins bruikbaar uit. Een buitenkansje en nimmer erop gerekend, dat deze parel mijn boekenverzameling zou gaan verrijken. Interessant in deze is dat in 1992 het Haags Gemeentemuseum een boek uitgaf inzake de collectie van het museum, geschreven door diverse grote kenners van deze stroming waaronder John Sillevis. In het kader van mijn studie heb ik hem een keer aan de lijn gehad om enige prangende vragen te stellen. John Sillevis haalt in zijn artikel een passage aan van deze mevrouw Marius en daarbij citeert hij blijkbaar uit de eerste druk. Hier de quote. Mevrouw Marius omschreef de School als volgt":Om een school te vormen om een levenskrachtige groep uit te maken, daartoe is nog iets anders nodig dan enkele van aanleg zeer bevoorrechte schilders en om iets te doen ontvlammen , daartoe is wrijving noodig. En het was de bewondering voor de zware dracht der Barbizonsche schilders die, na een korter of langer verblijf in Parijs of ook te Brussel, de ROUTE was  welke onze schilders tot een diepere kijk op de natuur, tot een volkomener  begrijpen van onze klassieke schilders . tot een zuiverder gevoel voor de heerlijkheid van het eigen land bezielen zou.. En gelijk men bevroeden zou, dat er heel wat bouwstoffen, heel wat arbeid , heel wat wrijving noodig geweest is om in de lange landen den brand te ontsteken, waaruit het genie Rembrandt kon opvlammen , zoo kan men aannemen, dat er heel wat arbeid , heel wat talent  toe noodig geweest zijn om onze schilderkunst opnieuw uit  het latente te doen oprijzen tot een rijke nabloei.

Poeh, poeh, lange zinnen, waarin zij duidelijk wil maken hoe het fenomeen Haagse School kon ontstaan. Je hebt dat boek van mevrouw Marius en ga dan op zoek naar deze passage. Het is best wel even zoeken, maar op pagina 105 van de tweede druk gebruikt zij dan niet het woord ROUTE, maar heeft zij dat veranderd in het woord VONK. Een sterkere uitdrukking en een bewijs dat mevrouw Marius haar teksten nog een kritisch tegen het daglicht heeft gehouden. Een andere verklaring is daarvoor niet te vinden. 
Vervolgens weidt ze lang uit hoe ideaal Den Haag als ligging was voor het werkterrein van deze stroming en inderdaad vlak bij zee, omgeven door veel weilanden destijds en dat is dan ideaal om buiten te werken. Juist dat buiten schilderen trok me destijds bijzonder aan en wilde daarover ook eigenlijk mijn masterscriptie maken, maar het liep even anders en we kwamen bij Jozef Israëls uit  van wie zijn joodse roots werden vastgelegd in een scriptie er echt mocht wezen en ook veel zegt van de deskundigheid van mijn begeleider prof. Carel Blotkamp. 
Hierboven een afbeelding van mevrouw Marius en een paar markante buitenlevens.




Anton Mauve, Schapen op een dijk, olieverf op doek, 49 x100 cm, niet gedateerd





 J.H.Weissenbruch, Souvenir de Haarlem olieverf op doek 72 x 101 cm, niet gedateerd

Zo heeft u een klein inkijkje gekregen hoe de 19e eeuw een belangrijke eeuw was in de schilderkunst, een soort revival en nagenoeg een herhaling van die 17e Gouden Eeuw. Het kan verkeren. Geniet ervan en ga zelf maar eens op zoek naar literatuur over dit onderwerp en neem dat maar aan, er is enorm veel geschreven over deze tijd. Kunstboeken, lezingen, adviezen, taxaties rondleidingen, u kunt contact opnemen via deze blog 
drsjjj artes admirans