Monday, 30 July 2018

Nog een keer Kerkenbouw

De uitbarsting van katholieke kerkenbouw vanaf 1850

Column nr 515 dd 30 juli 2018

Geheel tegen mijn gewoonte in heb ik een wekelijkse column overgeslagen. Dat was overmacht en daar heb je jezelf maar bij neer te leggen. Gezondheid gaat boven alles en er moest wat gereviseerd worden, dat zijn tijd nodig had.
Die enorme hausse in de katholieke kerkenbouw had zeker voor een deel te maken met het herstel van de katholieke hiërarchie in 1853 en vanuit de nieuwe bisdommen werd de kerkenbouw sterk geactiveerd omdat in de reformatie veel rk kerken waren overgegaan naar de protestantse eredienst. Niet alleen beleefde de kunst een groot reveil in de negentiende eeuw, ook de kerkenbouw zat in de lift en werd gestimuleerd door de overheid die waterstaatarchitecten ter beschikking stelde, die overigens ook nieuwe protestante kerken ontwierpen. Je kunt de architecten Pierre Cuypers en Tepe als exponenten van de katholieke emancipatie noemen. Cuypers bouwde alleen al in Amsterdam zes kerken, waarvan er nu nog drie over zijn o.a. de kerk aan het Spui. Deze kerk in onttrokken overigens aan de katholieke eredienst en wordt nu gebruikt voor concerten en bijeenkomsten. De andere niet meer als katholieke kerk in gebruik is de Vondelkerk. Tepe bouwde de Krijtberg in Amsterdam en de Nicolaas basiliek in IJsselstein. Theo Molkenboer bouwde in de stukadoorsgotiek , soms Neo Romaans, maar meestens Neo Gotisch .Voorbeelden hiervan vind je in West Friesland in Westwoud en 't Veld. Het moest allemaal eenvoudig en niet te duur. Sommige van die kerken hebben het geen eeuw uitgehouden en werden vervangen door robuuste kerkgebouwen. De hervormde kerk op de Markt in Schagen , ging in in  1895 in vlammen op en werd vervangen door een kerk in Neo Renaissance stijl  van architect Johan van der Steur. Tot op de dag van vandaag staat deze kerk fier op de markt. Is als het ware het centrum van Schagen en om die kerk en markt zijn er talloze kroegen en cafés en dat maakt dat deze plek het echte levende hart van Schagen is. De katholieke kerk van Schagen stond aan de Molenstraat, verder van het centrum. Deze kerk verving een oude kerk ,. bijna bouwvallig en in 1883 bouwde de hierboven genoemde architect Tepe een grote Neogotische kruisbasiliek.
Bij deze sluit ik de bespiegelingen rond het proefschrift van ex collega Herman Wesselink. We gaan volgende week kunstschilders van naam belichten en laten de architectuur,. hoe boeiend ook, even achter ons. Buiten de persoonlijke redenen hierboven genoemd, was het een prettige bijkomstigheid van ons land door een hittegolf werd geteisterd en dan leidt dat tot weinig activiteit en dien je zelf gas terug te nemen om de gezondheid niet te schaden. Kunstboeken, lezingen, adviezen, rondleiding etc. contact via deze blog 
drs jjj artes admirans.
Hierboven  nog een mooie impressie van de Vondelkerk in Amsterdam.


Monday, 16 July 2018

Een sterke toren in het midden van de stad

Column nr 514 dd. 16 juli 2018

Proefschrift van Herman Wesselink : ondertitel : Verleden, heden en toekomst van bedreigde kerkgebouwen

Herman, een oud studiegenoot promoveerde 21  juni jl. op dit thema. Een jarenlange studie van onderzoek ging hieraan vooraf. Wij leerden hem in onze studietijd al kennen als een kenner van kerkgebouwen en dat had zijn bijzondere interesse. 
Zijn proefschrift behandelt de situatie in de steden en zoals met alles moet je kiezen en als je de kerken van het platteland er ook in zou betrekken, zou zijn proefschrift i.p.v. 320 pagina's nu, wellicht het dubbele zijn geweest. De oorzaken van de sluiting van zoveel kerken duidt de onderzoeker op pagina 202 als volgt :" Vanaf de jaren 1960 spoelde er een sloopgolf door het land, als gevolg van de snel toenemende ontkerkelijking, ontvolking van steden en stadsvernieuwing, zeker een paar honderd beeldbepalende negentiende en twintigste-eeuwse kerken gingen tegen de vlakte. Vanaf 1970 groeide het maatschappelijk protest tegen deze kerksloop en ontstond langzaam maar zeker een herwaardering voor neostijlen uit de negentiende eeuw."
Van de zesduizend kerken in Nederland werden er maar liefst duizend gesloopt. Het moest anders. Zeker de betrokken partijen als bisdommen, Synode etc gingen zich beraden om de meest verstandige keuzen te maken bij sloop of behoud. Op pagina 204 beschrijft doctor Herman methoden die door de KU Leuven worden gehanteerd bij beoordeling en dan zijn dat er drie:  architectuur, interieur en context De Vlamingen hanteren ook een een puntenschaal aan de hand van letters en cijfers.
Verder schrijft de onderzoeker van : Een extra onderdeel van dit onderzoek vormde de database. Deze bevat het eerste kwantitatieve , geografische en digitale overzicht van alle nog bestaande kerkgebouwen uit de periode 1800-1970. De kerkgebouwen zijn aan de hand van metadata als locatie, denominatie, architect, bouwstijl,datering en monumentenstatus  op de digitale kaart Geoplaza zichtbaar gemaakt. De database kan allerlei soorten kwalitatieve en kwantitatieve informatie opleveren die van nut zijn bij het op waarde schatten van een kerkgebouw of een groep kerkgebouwen, al dan niet volgens het hier voorgestelde waarderingssysteem.
Dat systeem omschrijft Wesselink in de classificaties , A, B, C en D met een puntenstelsel. Elke kerk kan maximaal zes punten krijgen. A, B. C. en D staan dan voor interieurensemble, , architectuur, kerkhistorie en stedenbouw. Per categorie kan men dan zes punten scoren, totaal dus 24. 
Je kunt natuurlijk hier niet dit proefschrift even zo kort samenvatten. De bovengenoemde punten zijn wel de peilers waarop zijn gedegen studie is geschraagd. Het zal alle belanghebbenden buitengewoon interesseren welke nieuwe gezichtspunten erin naar voren komen en verantwoordelijken kunnen helpen bij het maken van de goede keuzen.
Een van zijn studiebegeleiders was professor Koos Bosma, een architectuurhistoricus van grote naam, die enige tijd terug is overleden. Van Koos kregen we ook enige colleges en hij schreef een boek over de bunkerbouw in Nederland. Herman had in hem een prima begeleider
Tot slot enige afbeeldingen van kerken, die als bijlage in zijn proefschrift zijn bijgevoegd en willekeurig zijn. Als u de problematiek interessant vindt, kan er nog een vervolgcolumn aan vastgeplakt worden, maar dat moet u als lezer mij dan even inseinen via deze blog. Het is duidelijk dat onder  onze alle lezers/lezeressen van deze columns mensen zijn die niet kerkelijk zijn en niets met kerken hebben, maar wellicht vinden deze de problematiek wel interessant.In verband met persoonlijke omstandigheden volgende week geen column
Kunstboeken, lezingen, adviezen, essays, rondleidingen etc. contact via deze blog.
drs jjj artes admirans






Wednesday, 4 July 2018

Mevrouw Marius en de Haagse School

Mevrouw Marius, auteur van Hollandsche schilderkunst in de negentiende eeuw

De Haagse School, een bijzonder fenomeen

Column nr 513 dd. 4 juli 2018

Enkele jaren terug werd een exemplaar op een boekenmarkt aangeschaft onder de titel De Hollandsche schilderkunst in de negentiende eeuw door G.H. Marius. Het was de tweede druk uit 1920, eerste druk was 1919. Dit boek overleefde dus nagenoeg een eeuw en zag er alleszins bruikbaar uit. Een buitenkansje en nimmer erop gerekend, dat deze parel mijn boekenverzameling zou gaan verrijken. Interessant in deze is dat in 1992 het Haags Gemeentemuseum een boek uitgaf inzake de collectie van het museum, geschreven door diverse grote kenners van deze stroming waaronder John Sillevis. In het kader van mijn studie heb ik hem een keer aan de lijn gehad om enige prangende vragen te stellen. John Sillevis haalt in zijn artikel een passage aan van deze mevrouw Marius en daarbij citeert hij blijkbaar uit de eerste druk. Hier de quote. Mevrouw Marius omschreef de School als volgt":Om een school te vormen om een levenskrachtige groep uit te maken, daartoe is nog iets anders nodig dan enkele van aanleg zeer bevoorrechte schilders en om iets te doen ontvlammen , daartoe is wrijving noodig. En het was de bewondering voor de zware dracht der Barbizonsche schilders die, na een korter of langer verblijf in Parijs of ook te Brussel, de ROUTE was  welke onze schilders tot een diepere kijk op de natuur, tot een volkomener  begrijpen van onze klassieke schilders . tot een zuiverder gevoel voor de heerlijkheid van het eigen land bezielen zou.. En gelijk men bevroeden zou, dat er heel wat bouwstoffen, heel wat arbeid , heel wat wrijving noodig geweest is om in de lange landen den brand te ontsteken, waaruit het genie Rembrandt kon opvlammen , zoo kan men aannemen, dat er heel wat arbeid , heel wat talent  toe noodig geweest zijn om onze schilderkunst opnieuw uit  het latente te doen oprijzen tot een rijke nabloei.

Poeh, poeh, lange zinnen, waarin zij duidelijk wil maken hoe het fenomeen Haagse School kon ontstaan. Je hebt dat boek van mevrouw Marius en ga dan op zoek naar deze passage. Het is best wel even zoeken, maar op pagina 105 van de tweede druk gebruikt zij dan niet het woord ROUTE, maar heeft zij dat veranderd in het woord VONK. Een sterkere uitdrukking en een bewijs dat mevrouw Marius haar teksten nog een kritisch tegen het daglicht heeft gehouden. Een andere verklaring is daarvoor niet te vinden. 
Vervolgens weidt ze lang uit hoe ideaal Den Haag als ligging was voor het werkterrein van deze stroming en inderdaad vlak bij zee, omgeven door veel weilanden destijds en dat is dan ideaal om buiten te werken. Juist dat buiten schilderen trok me destijds bijzonder aan en wilde daarover ook eigenlijk mijn masterscriptie maken, maar het liep even anders en we kwamen bij Jozef Israëls uit  van wie zijn joodse roots werden vastgelegd in een scriptie er echt mocht wezen en ook veel zegt van de deskundigheid van mijn begeleider prof. Carel Blotkamp. 
Hierboven een afbeelding van mevrouw Marius en een paar markante buitenlevens.




Anton Mauve, Schapen op een dijk, olieverf op doek, 49 x100 cm, niet gedateerd





 J.H.Weissenbruch, Souvenir de Haarlem olieverf op doek 72 x 101 cm, niet gedateerd

Zo heeft u een klein inkijkje gekregen hoe de 19e eeuw een belangrijke eeuw was in de schilderkunst, een soort revival en nagenoeg een herhaling van die 17e Gouden Eeuw. Het kan verkeren. Geniet ervan en ga zelf maar eens op zoek naar literatuur over dit onderwerp en neem dat maar aan, er is enorm veel geschreven over deze tijd. Kunstboeken, lezingen, adviezen, taxaties rondleidingen, u kunt contact opnemen via deze blog 
drsjjj artes admirans

Monday, 25 June 2018

De 19e eeuw voor Vincent van Gogh

Haagse School en landschapsschilders

Column nr 512 dd 25 juni 2018

De meeste Nederlanders hebben ooit wel eens van Vincent van Gogh gehoord, zeker in Brabant, in Zundert, Etten, Helvoirt, Nuenen, Gerwen, maar de periode daarvoor bracht eveneens grote schilders voort als we het hebben over de gebroeders  Willem en Jacob Maris, de vele schilders die de naam Koekkoek droegen, Gerard Bilders, Anton Mauve, Jongkind, Kasper Karsen, Weissenbruch, Springer en nog vele namen zou je toe kunnen voegen. Het buiten schilderen in Laren en  op de Veluwe in  Oosterbeek, was een navolging van de school van Barbizon in de buurt van Parijs en het ging erom om zo getrouw en realistisch mogelijk het landschap op het doek te krijgen. Nieuwe technieken zoals de verf in tubevorm maakte dat mogelijk en een oude mode van schilderen naar de natuur Sequere naturam  kon heerlijk toegepast worden. Je werkte vrij in de natuur en niet in bedompte, slecht verwarmde zolderkamertjes of  benauwde ateliers, die soms moeilijk warm te stoken waren. Let wel, in die tijd, geen elektra, nog geen centrale verwarming en ook was er nog geen water uit de kraan. De postkoets reed nog rond en het was nog stil in de lucht. De vogels waren baas in hun domein. Deze vooruitgang die wij zo vanzelfsprekend vinden en waar we niet meer zonder kunnen, heeft vele keerzijden, maar daarover uitweiden past niet in deze column.Enige indrukken van de schilderkunst uit die tijd. Gekozen voor drie totaal verschillende onderwerpen en schilders. Alle drie laten zij veel kwaliteit en vakmanschap zien, waardoor zij  een museale status verwierven.

Johannes Warnardus Bilders, ( 1811-1890) bosgezicht met vijver, 1854. Olieverf op doek, 116 x 106 cm. Gemeentemuseum Den Haag. Bomen en bladeren schilderen, dat vergt dagen intensieve arbeid en dan op de voorgrond die fraaie vijver . Ziet u ook daar links nog iemand zitten achter die berken??











Jan Adam Kruseman, 1804-1862, Regenten en Regentessen van het Leprozenhuis te Amsterdam, 1835 De status van de dames  Regentessen is wel bijzonder door Kruseman benadrukt, met die extravagante mutsen, die doen denken aan de Brabantse poffers. Drie mannen en vrouwen, gelijk aantal


Jacob Maris, ( 1837-1899) Jong meisje bij een huis, olieverf op paneel, 33 x 21 cm  National Gallery Londen. een ingetogen meisje met strooien hoed en halsketting en hier en daar boeketjes, maar ook dode takken en dat is dan weer een gezochte symboliek.Waar denkt dat meisje aan, haar verjaardag of is ze gewoon even in gedachten. Dat moment wist J. Maris dus vast te leggen

Zo krijgt u een klein  inkijkje in deze 19e eeuw met tal van topschilders, van wie wij tot aan de dag van vandaag nog volop kunnen genieten. Kunstboeken, lezingen, adviezen, rondleidingen, taxaties, essays, aan en verkoop etc. .Graag contact via deze mail. Geniet van al het schoons, dat kunst en natuur ons biedt
drsjjj artes admirans

Wednesday, 20 June 2018

Wat is de charme van een stilleven

Een bescheiden vergelijking van stillevens
Column nr 511 dd 20 juni 2018

Als je het over hedendaagse stillevens hebt, kan je niet om Henk Helmantel heen. Hij behoort tot de top van de hedendaagse stillevenschilders en dat komt je natuurlijk niet vanzelf aanwaaien. Je moet zelf zeker meditatief zijn ingesteld en dan zou je een vergelijking kunnen maken met de hedendaagse iconenschilders, die ook heel verstild werk maken.

Stilleven met groenten van Henk Helmantel, 1985
  
Je kunt van een vergelijking trekken met de stillevensschilders uit de Gouden Eeuw en dan zie je overeenkomsten en verschillen
Hubert van Ravensteyn stilleven 1638=1691



Jam van Huysum 1682-1749

Al is er dan wel een vergelijking te trekken tussen Helmantel en Ravensteyn, als het gaat om het realistische weergeven van groenten en walnoten, ook zelfs qua draperieën, het witte laken bij Helmantel en het stuk fluweel bij Ravensteyn, qua compositie verschillen de beide heren behoorlijk: Het linkervlak bij Ravensteyn is blanco en het licht komt van links, terwijl bij Helmantel de compositie zich uitstrekt over het gehele vlak en het licht van rechts komt. Zo krijg je heel verschillende hooglichten. Bij Ravensteyn treft je verder nog een grote lange Goudse pijp aan en dat is in onze tijd niet meer voor te stellen met het demotiveren van het roken.
De stijl van  Van Huysum is feitelijk niet met voorgaande werken te vergelijken, omdat het veel grover is geschilderd, maar in zijn bloemstillevens is het een ongeëvenaarde schilder.. Meerdere werken gezien tijdens veilingen en in musea en dan raak je echt van onder de indruk. Soms zijn alle soorten bloemen benoemd en dan krijg je een indruk hoe toentertijd een fraai boeket er uit zag.. Feitelijk weinig rozen, slechts een en aan de voet van het boeket heeft hij nog een vogelnestje met eieren geschilderd. Zo zie je maar weer, dat de kunstgeschiedenis ook veel geschiedenis, in dit geval van de flora in die tijd laat zien. Het blijft genieten van al die stillevens en heb je je huis ermee verfraait, het straalt een warmte en rust uit. Kunstboeken, lezingen, adviezen, taxaties en rondleidingen, graag contact via deze blog.Geniet van alles, want ons leven is toch betrekkelijk kort en overschrijdt nagenoeg geen eeuwen.
drsjjj artes admirans



Wednesday, 13 June 2018

Relieken in schrijnen

De visie van de middeleeuwse mens

Column nr 510 dd 13 juni 2018

Inmiddels genoeg nagedacht over de dramatiek van het joodse volk en er zijn nog zoveel andere onderwerpen, waarover zinnige dingen zijn te vertellen. Wellicht heeft u beelden opgevangen van de Heiligdomsvaart in Maastricht enige weken geleden in de  Sint Servaaskerk. Het is een herinnering aan het feit dat in de vierde eeuw van onze jaartelling deze bisschop uit het Belgische Tongeren het geloof bracht in de Zuidelijke Nederlanden, veel eerder dan de latere Ierse priesters als  Bonifatius, Willibrord die in de 8ste eeuw het christelijke geloof in de Noordelijke Nederlanden brachten. De aandacht voor relieken is typisch rooms-katholiek.  Om het lichaam van Franciscus werd een ware veldslag geleverd om het uiteindelijk in Assisi een plaats te krijgen. Van een crematie-cultuur is in de Roomse kerk nooit sprake geweest en achter elke katholieke kerk vind je wel een begraafplaats liggen, waar de doden worden begraven of nu vanaf  de laatste decennia urnen in een urnenmuur of op een graf kunnen worden geplaatst. In dit kader is het interessant dat in elke katholieke kerk in het altaar een reliek van een heilige  wordt geplaatst. Veel priesters kussen die reliek bij de aanvang van de dienst. Als je het heiligdom van Theresia in Lisieux bezoekt, zie je in de ronde witte basiliek een reliek liggen van haar. De middeleeuwse mens maakte voor die relieken de prachtigste schrijnen zoals u dat zag bij die TV uitzending uit Maastricht. Maar ook vergulde armen met een reliek en in 2000/2001 waren die prachtige kunstvoorwerpen te zien in de Grote Kerk te Amsterdam en later in het Catharijneconvent in Utrecht. Beide exposities werden bezocht en met uitleg van de docent kunst Middeleeuwen dr.. Peter van Dael SJ, gaar er dan een hele nieuwe wereld voor je open. Hieronder vindt u enige afbeeldingen van zo'n vergulde arm en van een reliekschrijn. Het gaat dan natuurlijk om mensen die door de kerk als voorbeeld worden gesteld vanwege hun verdiensten voor de kerk en geleefd hebben in trouwe dienst aan de kerk. 

Reliek-arm van St. James 1150




Draagbaar Willibrord altaar uit Trier, St. Willibrord ligt begraven in Echternach in :Luxemburg, waar een groot heiligdom is




 Beeld van Maria met kind met relikwie, museum Osnabruck


Zoals in onze tijd talloze nieuwe uitingen en riten zijn ontstaan door onder meer ook het cremeren van mensen, zo deed de middeleeuwse mens dat door kunstuitingen in schrijnen en andere vormen als borstbeelden etc. Bron : The Way to Heaven, geschreven door Henk van Os, bij gelegenheid van bovengenoemde expositie. Al met al geen gemakkelijke materie, maar de relieken dienden de gelovigen als goede voorbeeld op de weg naar een voorbeeldig leven en bijbel lezen of heilige geschriften was voor de doorsnee mens toentertijd niet aan de orde. Kunstboeken, lezingen, adviezen, taxaties, essays rondleiding etc. contact via de blog
drs jjj artes admirans

Wednesday, 6 June 2018

Lesser Ury, Joods kunstenaar 1861-1931

Ury, een Mozes kenner

Column nr 509 dd 7 juni 2018

In het brede onderzoek van de scriptie Joodse Kunst bij Jozef Israëls, Amsterdam 2007, werd bij de definiëring van Joodse Kunst  gestuit op de Joodse kunstschilder Lesser Ury. Op pagina 12 staat het volgende te lezen:"Ury gebruikte het bekende bijbelse thema van Mozes die dreigde de stenen tafelen tegen de grond te gooien op het moment dat hij vaststelde dat het volk weer in afgoderij was gevallen.

Het is me nogal wat als je nagenoeg veertig jaar door een woestijn moet trekken om het volk van Israël naar het beloofde land te brengen. 

In het boek van Edward van Voolen (2006) werd onlangs  een passage aangetroffen welke van waarde had kunnen zijn in bovengenoemde scriptie. Van Voolen schrijft : Zijn Mozes oogt authentiek en modern tegelijk  en is daarmee karakteristiek voor de joodse cultuur ten tijde van republiek van Weimar Antisemitisme.  Dat veroorzaakte in de nasleep van de 1e wereldoorlog  een nieuw gevoel van saamhorigheid  onder de Duitse joden en creëerde  een ware joodse renaissance  van leven en cultuur. De Zionistische  filosoof en schrijver Martin Buber ( 1878-1965) was een van de eerste initiatiefnemers geweest: hij had niet alleen  de belangstelling voor de verhalen-van de Oost-Europese rabbijnen  aangewakkerd, maar benadrukte  ook de relevantie van Bijbelse leiders zoals Mozes voor het moderne joodse zelfbewustzijn {........} 
Lesser Ury's schilderijen werden samen met de werken van Joodse kunstenaars als Jozef Israëls en Isidor Kaufman opgenomen in een tentoonstelling van joodse kunstenaars die Buber en Lilien  organiseerden  ter gelegenheid van het vijfde Zionistische congres  in Bazel ( 1901)

Opmerkelijk is deze is dat Mozes zelf nooit Israël  heeft mogen intrekken en dat verbeeldt Ury op magistrale wijze. En hoe lang moest dat volk niet wachten voordat zij eindelijk in 1948 geluk hadden dat de Engelsen wegtrokken uit dat gebied. De oorspronkelijke Palestijnse bevolking werd teruggedrongen in bepaalde gebieden en deze strijd is nog lang niet gestreden, ook al heeft Trump de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jerusalem verhuist. Daarbij komt, dat Oost Jerusalem buitengewoon geschikt kan zijn om hoofdstad van Palestina te  worden. Het blijft een heet hangijzer en een vervelende strijd en is gedoemd in het voordeel van Israël uit te vallen vanwege haar grote militaire machtspositie, gesteund door de vele Amerikaanse Joden die veel macht uitoefenen. Maar of president Trump er goed aan heeft gedaan, Jerusalem als hoofdstad van ALLEEN Israël uit te roepen, valt te bezien. Dat zal de toekomst en de volgende Amerikaanse presidenten uitwijzen.
Lesser Ury : Mozes ziet het beloofde land

Even nog iets anders. In mijn studietijd trok ik veel op met Herman Wesselink, een architectuur student. Herman is intensief blijven studeren aan diverse universiteiten en gaat zijn lange studie nu afronden met een proefschrift onder de naam  een sterke toren in het midden van de stad, Verleden, heden en toekomst van de bedreigde Nederlandse kerkgebouwen.  Ik kreeg van hem een uitnodiging om zijn promotie bij te wonen, helaas ben ik verhinderd, maar als hij mij zijn  proefschrift heeft gestuurd, kom ik er in deze kolommen nog even op terug.

Bronnen : Edward van Voolen Joodse Kunst en cultuur, 2006
Joodse kunst bij Jozef Israëls, master scriptie drs  J.J. Jong, 2007

Kunstboeken, lezingen, adviezen, rondleiding, essays, taxatie etc, contact via deze blog
drs jjj artes admirans