Tuesday, 26 August 2014

Gustave Courbet : realist pur sang

Atelier van de kunstenaar
Column nr 341 dd 27 augustus 2014
het atelier van Gustave Courbet,  musee d Órsay Parijs, 1855 afmeting 2.63 meter x 5.98 meter

De opbouw van dit schilderij is die van het middeleeuwse  triptiek. In het midden zit Courbet, die werkt aan een landschap. Achter hem een vrouwelijk naaktmodel. Haar naaktheid wordt gedeeltelijk verhuld door een groot wit kleed dat daar op de grond ligt. Aan de andere kant van de schilder - op deze foto wat moeilijker te zien omdat het precies in de vouw van het boek ligt- een jongen met een een hond. Het is wat Courbet betreft een verzet tegen de hiërarchische ordening van de beeldgenres. De schilder verkiest de landschapskunst en  het werkelijke leven boven de traditionele historieschilderkunst. Uit protest dat zijn werken niet in de Salon mochten hangen, had hij in  1855  een alternatieve salon opgericht met zijn werken, waaronder bovengenoemd werk.  Dat was de jury van de salon toch te bar en hij mocht elf schilderijen in de Salon hangen uitgezonderd dan het schilderij van de vorige column en het schilderij hierboven. Aan de linkerzijde van het schilderij laat hij het gewone volk figureren zoals een jager, een handelaar in eenvoudige kledij. Aan de rechterzijde de gegoede burgerij, de bourgeoisie, uitgedost met hoofddeksels, fraaie omslagdoeken en een figuur die zich in een boek verdiept, als symbool van een intellectueel. Als centrale figuur in het midden wil hij de verbindingsschakel zijn tussen deze twee maatschappijklassen. Hij wil die groepen samenbrengen. De uitbuiters en diegenen die uitgebuit worden. De kunstcriticus Werner Hoffmann is van mening dat Courbet zich bij dit werk heeft laten inspireren door de honderdguldenprent van Rembrandt. Op gelijkenis van de compositie zou je zoiets kunnen denken. Christus staat op die prent in het midden met aan zijn linkerzijde de Schriftgeleerden en Farizeeën en aan de rechterzijde het gewone volk. Het zou zomaar kunnen, maar het kan ook Courbet 's eigen kwaliteit als ontwerper kunnen zijn. Volgens Hofmann schildert Courbet een landschap om de natuur als echte altijd blijvende realiteit weer te geven. De natuur bindt, schept gemeenschap en zuivert de mens van zorgen.  Ook de vrouw, die achter Courbet als naakt poseert, is afgebeeld als natuurlijke maat van alle dingen en staat in een tijdloze verhouding tot de schilder evenals de jongen die bewonderend naar de schilder en zijn schilderij kijkt.  Het is onwaarschijnlijk - zo meent Hofmann- dat hij haar nog wil portretteren in het landschap. Zij staat daar te wachten tot Courbet de laatste hand aan het schilderij heeft verlegd om vervolgens aan het naaktmodel te gaan werken. Ook hier de natuurlijke maat van alle dingen en daar past de vrouw in als drager van het nieuwe leven. Meer een personificatie, zoals ook alle andere afgebeelde personen een stuk maatschappij vertegenwoordigen, anoniem en willekeurige figuren. De afmeting van het werk is van die grote historie en schuttersstukken. Is Courbet een keer in Amsterdam geweest en kende hij dergelijke grote werken.? Feit is dat de Franse schilder er op uit was om de harde realiteit te tonen en daartoe was hij met zijn schilderskwaliteiten uitstekend in staat. De schilderijen zijn door mij gezien al vele jaren terug bij bezoek aan het d' Órsay. Het was in de periode voor mijn studie kunstgeschiedenis. Met de huidige kennis is een bezoek aan het d' Órsay natuurlijk veel interessanter. Als u dus op de Parijse tour gaat, vergeet dan niet het museum te bezoeken en met de bovengenoemde kennis het schilderij in al zijn aspecten te bekijken. Als U dat heeft gedaan, wil ik graag uw commentaar wel horen. Geniet daarvan, leef, wees creatief, schrijf, teken, schilder, boetseer, sport of lees een goed boek en vergeet niet in beweging te blijven. wandelend of fietsend. Kunstboeken, lezingen, rondleidingen, adviezen etc.j.j.jong@quicknet.nl
drs jjj artes admirans

Thursday, 14 August 2014

Gustave Courbet, avant-gardist en realist

Begrafenis te Ornans (1849) Musee d Orsay te Parijs

Courbet, intrigerend en groot vakman

Column nr 340 dd 14 augustus 2014

Je bent dan gepensioneerd en denkt alle tijd voor je hobby's en je passie voor kunst volop tot bloei te kunnen laten komen, maar niets is minder waar. Altijd al veel tijd gestoken in vrijwilligerswerk voor de gemeenschap in deze dorpen, maar juist deze maand Augustus vallen markten en beurzen en open tuinendagen allemaal in een korte periode. Maar toch een klein gaatje gevonden om de traditie vanaf 2008-de wekelijkse column-met U te delen. Voor Gustave Courbet heb ik persoonlijk buitengewoon veel bewondering. Een man, die recht voor zijn raap was en voor zijn mening uitkwam. Een van zijn werken treft U hierboven. De begrafenis te Ornans uit 1848. Andere bekende werken van hem zijn De steenbrekers uit 1849, De dames van het dorp uit 1852, Het atelier van de schilder uit 1855, De forel uit 1872 en Het onstaan van de wereld  uit 1866.  Dat laatste schilderij baarde toentertijd echt wel opzien, omdat hij de vagina van een vrouw zeer realistisch schilderde. Dat was zeker revolutionair in die omdat hij toch in een traditionele katholieke gemeenschap leefde, waar dergelijk werk zeker geen gewoonte was. Even zijn personalia. Hij werd in 1819 in Ornans geboren en studeerde rechten in Parijs, veranderde al snel van studierichting en ging naar de Academie Suisse. Stond eerst onder invloed van de romantische schilders als Delacroix en Gericault, maar ontwikkelde zich later als DE schilder van het realisme. Hij stierf in ballingschap in La Tour de Peilz (Zwitserland)  als gevolg van zijn politieke opstelling  gedurende de Frans Duitse oorlog en was een van degenen die het standbeeld van Napoleon neerhaalde op het  place Vendome te Parijs. Hij had zich dus tegen de Franse politiek gekeerd, vluchtte naar Zwitserland om een tweede gevangenneming te voorkomen. Wat mij persoonlijk opvalt bij diverse grote schilders -   Monet, Jozef Israëls, Courbet, dat het fysiek kleine kerels zijn met brede schouders. Persoonlijk is mijn visie dan, dat alle dagen schilderen je fysiek behoorlijk belast en dat je derhalve over een stevig postuur dient te beschikken, maar dat zal niet altijd in alle gevallen opgaan, omdat mensen met een mindere constitutie eveneens fraai werk kunnen maken. Dat terzijde. Het schilderij hierboven is van groot formaat 3 meter 15 breed en 66.3 cm hoog.Het doet denken aan historie of schuttersstukken. Geen lieflijk landschap, maar veel donkere kleuren om de sfeer van de begrafenis en de ernst van het leven en God, als bron van alle waarheid te vertolken. Een dorpsbegrafenis, op het nieuwe kerkhof van Ornas met een pastoor, een burgemeester, een grafdelver, een misdienaar met een wijwatervat . De grafdelver ligt op zijn knieën bij het graf en past in de ambiance van een doods landschap met die grauwe lucht. Hij maakt ook duidelijk een verschil in de compositie van de bevolking. De pastoor, de burgemeester en her volk dat aanwezig is om de laatste eer aan de overledene, een verre verwant van Courbet,  te brengen. Opvallend is verder de witte hond en de hoofdtooi van de dames, welke een plaatselijke dracht is in deze streek in Oost Frankrijk in de buurt van Besancon. De pastoor draagt een zwarte koormantel met een kap. Aan de onderkant zie versiersel van goud brokaat.. De heren met de rode hoeden zouden een interpretatie zijn van het ter grave dragen van de republiek, die door de Jakobijnen in stand werd gehouden. Het zou zomaar kunnen, als je de geschiedenis goed hebt bestudeerd. Natuurlijk vonden velen dat zo'n abominabel groot werk niets was, het overdreven vonden, maar die mensen kregen ongelijk, omdat het werk, net als zijn Salon, een nog groter werk, een prominente plek verwierven in het fraai d'Orsay museum. Zoals wellicht u bekend, een voormalig spoorwegstation.. Geniet van de kunst, van tuinen en van uw eigen creaties. Wees een prettig medemens en laat u vooral niet verontrusten door die onrust in het Oosten. We moeten met zijn allen onze vrijheid koesteren. Als u tijd heeft, kom dit weekend onze open tuin bewonderen met kunst van mijn echtgenote. U vindt onze stek beslist. Kunstboeken, lezingen, essays, columns, rondleidingen j.j.jong@quicknet.nl
drs jjj artes admirans.

Thursday, 7 August 2014

Rivierlandschap met ruiters van Albert Cuyp

Een schilderij dat een plaats in de Eregalerij van het Rijks waardig is

Columnr 329 dd 7 augustus 2014
Wanneer Erwin Krol en Philips Freriks binnenkort de wolkenluchten van de landschappen in het Rijks gaan analyseren, is deze column voor hen een ondersteuning. Destijds ging dit landschap op zaal 216 en het was een der eerste schilderijen welke tijdens mijn studie onderwerp was van een nadere analyse. De stoffage van het schilderij van Albert Cuyp is boeiend en er werden enige A4jes aan gewijd om meer van dit schilderij uit 1655 te weten te komen. Citaat uit het referaat:  "Het laat een weids landschap zien en het grootste gedeelte wordt in beslag genomen door lucht met wolkenpartijen. Het zonlicht komt van links en beroert lichtjes de wolkenpartijen, waardoor deze witte randen krijgen. Dat zonlicht is verder te zien op de schimmel van de ruiter. Verder zijn er slagschaduwen van paarden en ruiters, de herdersjongen en het rood-en zwart bonte vee. { .... het gelige licht en de vage kleuren van de bomen in de verte in de schemering doet denken aan de namiddag, terwijl daarentegen het felle zonlicht van de wolkenranden meer duiden op een eerder tijdstip in de middag.}  Ik ben in het geheel geen meteoroloog, maar schreef dat neer nadat ik ruim drie kwartier daar op zaal 216 het schilderij in mij opnam. De docenten waren ons aan het trainen om schilderijen te analyseren. Dat landschap was een logische keus omdat mensen van het platteland altijd naar het weer kijken en zeker de agrariërs die van het weer afhankelijk zijn als het gaat om planten en oogsten. Over de locatie het volgende : De hoge heuvels rechts zijn die van de Wylerberg en voorbij de kerktoren van het dorp Wyler
 zijn de heuvels te zien van het massief waarop Kleef licht. De situering derhalve achter Nijmegen.[.........] Het ging Cuyp echter om het contrast tussen heuvels en laagland, om de stemming van een warme zomerdag ( avond) en het pauze-moment van de reizigers die de paarden lieten drinken in het Wylermeer. Ook dat is een onderdeel van de analyse van het schilderij. Verder werd een vergelijking gemaakt met een schilderij van A. Cuyp dat in de National Gallery in Londen hangt onder de titel  Rivierlandschap met ruiter en vee. Daar zijn tal van overeenkomsten en verschillen aan te geven, maar feit is dat schilders in die tijd van geliefde onderwerpen meerdere exemplaren maakten met telkens nieuwe aangebrachte kleine nuances. Tot slot nog een beschrijving die je vindt in het tentoonstellingscatalogus Glorie van de gouden eeuw, onder nr 151.
"Een zonovergoten dampig rivierlandschap wordt omzoomd door steile heuvels. Een ruiter laat zijn paard drinken, terwijl een herder met wat vee toekijkt. De zon staat laag en veroorzaakt lange schaduwen op het land. Door de gouden gloed van het zonlicht ontstaat een warme atmosfeer Dat typische zuidelijk licht kan Cuyp alleen gezien hebben in het werk van de Italianisanten ( Jan Both en Herman Saftleven.
Genoeg meteorologie dus. Zo zie je maar dat een schilderij ons veel kan leren van die tijd , van gewoonten en omstandigheden. Geniet, leef, zoek de eregalerij en dit prachtige schilderij op en check alles even wat hierboven staat beschreven. Kunstboeken, lezingen, rondleidingen, essays, j.j.jong@quicknet.nl
drs jjj artes admirans

Wednesday, 23 July 2014

Terug naar de VU studentenstad

Een overgebleven studievriend van de VU
column nr 328 dd 1 augustus 2014

Als je zeven jaar met elkaar studeert, ontstaan spontaan vriendschappen. In de groep waarmee je nagenoeg alle dagen omging, zaten hoofdzakelijk senior studenten, die al een heel leven achter de rug hadden en deze studie als nieuwe levenskans zagen en beleefden. Voor mij persoonlijk was het een afsluiting van een middelbare school en een studie filosofie. Voor CH, met wie ik veel optrok, een fase in haar carrière, welke bekroond werd met een baan bij het Van Abbe Museum in Eindhoven, waar ze nu werkt. Ja, waarom voel je jezelf aangetrokken tot bepaalde mensen. Daar zijn geen verklaringen voor, dat overkomt je. Ch. studeerde in 2010 af en in 2007 was mijn afstudeerjaar. Na 2007 hebben we elkaar nog meerdere malen ontmoet onder meer in het Singer Museum in Laren bij gelegenheid van een Jan Sluijters expositie en gisteren om samen te genieten van het nieuwe Rijks en de verbouwing van het van Gogh. De twee museumjaarkaarten die in mijn bezit waren omdat ik met haast op toezending had aangedrongen omdat ons plan om de musea te bezoeken, eerder was gepland, maar niet door kon gaan, leverden wat amusement op. Bij het Rijks waren beide goed voor toegang, bij het Van Gogh niet. Lopend door de scan had ik tas, sleutels etc. in het bakje gelegd, maar vergeten om mijn zakmes en enkele munten erbij te leggen. Liep onder de poort door en okay??? Later liet ik Ch mijn zakmes zien, dat inderdaad wel een stuk plastic als omhulsel heeft, maar echt verder van ijzer is.  Wat we artistiek beleefden? Een fraai portret van Marie Jeanette de Lange uit 1900 van Jan Toorop, ( 1900) hier en daar zelfs pointillistisch. Toorop had deze dame geportretteerd omdat zij voorvechtster was van de Vereeniging van verbetering van de dameskleding. Een fraai werk van  Jan Mankes, een landschap met hoog oprijzende bomen, iel geschilderd ( 1915). Het voormalige Scheringa museum had veel werk van hem. Een zelfportret van Carel Willink, afgebeeld als Johannes de Doper als kluizenaar in de woestijn ( 1937.1938) Het Scheringamuseum had veel Willink 's.  Naar de bovenste verdieping om het Bantam vliegtuig  Bat 123 te bewonderen. Hoe breed de spanwijdte van de vleugels: schatting JJJ 7 meter, schatting Ch: 8/9 meter. Een fraai affiche van Van Nelle : pakjes koffie, ontworpen door A, M Cassandre 1901, strak . Mijn indruk was dat het voor een van de kantoren was ontworpen en niet voor de bühne, daarvoor had het te weinig commerciële impact. Dan even gekeken naar de vierkante man van Karel Appel (1951) Zijn lijf was net zo groot als zijn hoofd, daarom ook de vierkante man en gekeken bij het reliëf "Vierkant "van Jan Schoonhoven, een reliëf met hokjes in een verdeling van 10 x 10. Een nieuw werk van Schoonhoven kon het Rijks niet aanschaffen omdat het meer dan drie ton moest doen en dat was boven het budget van het Rijks. Na de lunch bij het Stedelijk op naar het Van Gogh als we niet te lang in de rij moesten staan. Met onze Museumjaarkaart viel dat gelukkig mee. Fraai werk van Odilon Redon bewonderd , zwarte schaal met bloemstuk van papavers, asters en seringen en ernaast de echte vaas.  Fraaie stillevens van Vincent uit zijn vroege periode van een paar leren klompen en schoenen ( 1886/1887) Uit 1890 een korenveld onder onweerslucht . Uit 1887 een figuur wandelend langs de Seine met die gele grond kleurt. Grappig was een doosje met bolletjes wol welke hij als voorbeeld gebruikte voor zijn kleurstelling. Nog een jong schilderij uit 1884, een populierenlaan in Zundert , fraai perspectief met huis op achtergrond en een Brabantse boerin op voorgrond. De pastorie van Nuenen ( 1885) nu museum en nog altijd niet bezocht. Volgend jaar met Ch. er maar heen.?!!! Tenslotte niet zover van Eindhoven af. Van Gogh was toch een bijzondere landschapsschilder. Als je De Oogst" uit  1888 nauwkeurig bekijkt. is het of je op dat afgemaaide korenveld staat  met die opgetaste korenschelven. Zijn schetsen maakte hij dan ook daar ter plekke met waterverf, om het in Arles in zijn atelier in olieverf af te werken. Het coloriet van de Mons Majour ( 1888) blijft uit de toon vallen ten opzichte van zijn vele andere werk, maar het kan zijn dat hij experimenterend andere verfsoorten heeft gebruikt. Een kleiner schilderij uit 1890 met cipressen en twee dames op de voorgrond was echte Goghiaans. Dikke verftoetsen en vlamachtige halen en als het ware golvende wolken. Afscheid van het Van Gogh met zijn zelfportret ui 1887 met rode baard, een jas met veel kleuren en een wit boord. Waarom toch altijd zoveel zelfportretten, vroegen wij aan elkaar? Er was toentertijd geen fotografie en dit soort mensen was wel een beetje ijdel en egocentrisch. Afscheid van het museumplein met die prachtige musea. Geniet, leef, wees creatief, bezoek musea of de Zijper kunstroute of andere kunstuitingen als de Nicolaas Kerk in Amsterdam met zijn fraaie Dunselman kruisgang. Kunstboeken, lezingen, adviezen
, rondleidingen, j.j.jong@quicknet.nl
drs jjj artes admirans

Monday, 21 July 2014

De Zijper kunstroute en Truus van den Heuvel

De stiltekunst van Truus van den Heuvel uit De Bilt

Column nr. 326 dd. 20 juli 2014

Mijn echtgenote, eveneens beeldend kunstenaar, die druk aan het werk was voor de beurs in Brugge half augustus vroeg of we die middag nog wat kunst gingen beleven. De Zijper kunstroute is een jaarlijks evenement waar we al fietsend of met auto veel kijkplezier aan beleven. Laten we beginnen met de vier kerken die kunst herbergen was mijn voorstel en zo togen we via de fraaie oude godshuizen van Oudesluis en Schagerbrug richting St. Maartensbrug, waar Truus van den Heuvel op het punt stond aan haar lezing te beginnen. In die kerk exposeerde zij met een aantal wandreliefs soms gevlochten stroken en soms met een herhalend motief, welk werk sterk aan het werk van Jan Schoonhoven deed denken, maar toch authenticiteit uitstraalde en blijk gaf van een zorgvuldig zelfbedacht denkpatroon. Haar papieren ovale vormen doorkruist met een horizontaal vlak hangen als aan draden symmetrisch en in een vast patroon als kinetische kunst  in de oude Hervormde kerk van Sint Maartensbrug. Zij heeft het kunstwerk als titel meegegeven 't Martinus hart. Dat roept de vraag op of deze kerk dan de St. Martinuskerk heet zoals vele katholieke kerken die naam dragen. Nee, zeg mevrouw Truus van den Heuvel, dit is een verwijzing naar de plaatsnaam en dat hoort bij deze kunstenaar die heel zorgvuldig en met veel geduld aan het werk is en ook over de namen van haar creaties goed nadenkt. Haar deelname aan de Zijper kunstroute past bij haar manier van denken en werken. Bovenal zoekt zij de stilte om na te kunnen denken en te kunnen werken. Die stilte kan je nog vinden daar langs de oude trekvaart : de Grote Sloot. Het is alsof de tijd in de dorpen langs de vaart allemaal stil hebben gestaan, omdat deze niet ten prooi vielen aan grote uitbreidingsplannen. Langs de grote sloot vind je de boerenerven met weilanden met weidse vergezichten. Elke kunstenaar zoekt die ruimte om in alle rust aan creaties te werken en nieuwe dingen te bedenken. Als Freek de Jonge in Zomergasten van mening is dat in de kunst alles is geweest, kan je daar veel vraagtekens bijzetten. Creatieve mensen zoeken altijd nieuwe uitdagingen en groepen kunstenaars in stromingen zetten is het werk van kunsthistorici, die wetenschappelijk de kunst analyseren om overzicht te houden het te kunnen registreren voor hun toekomstige collega's. Natuurlijk was er een nul beweging in de jaren zestig waar Jan Schoonhoven deel van uitmaakte, maar na die crisisperiode is er weer veel aandacht ontstaan voor het realisme en kunstenaars als Rob Scholte vieren weer hoogtij. Ga maar eens kijken bij museum Mohlman in Appingedam. De grote kunst is een eindeloze cyclus, die soms stromingen voortbrengt en soms anoniem en individueel blijft. Dat is echter met Truus van den Heuvel niet het geval. Zij timmert aan de weg en wil mensen deelgenoot maken van haar fraaie vormen die met eenvoudig materiaal als papier, vilt, draden worden gecreëerd. Eenvoudige vormen, heldere structuur en transparant. Met deze column echter worden de andere kunstenaars echt niet te kort gedaan omdat hun werk eveneens veel kwaliteit heeft en dan gaat het om Annelies Horden,  Judith Hebly, Mai Mouvrin en Peter Bergenhenegouwen, die allen veel werk in de kerken en langs de Grote Sloot hebben staan. Allen veel succes toegewenst met hun artistieke werk.
Wees creatief als al deze mensen, die hun way of life in de kunst hebben gevonden en daardoor rijkere mensen werden die die verworvenheden met anderen bewust willen delen. Wees een prettig medemens voor je omgeving en laat je door niets en niemendal ontmoedigen, ook niet door het drama met de MH17. Triest, onbegrijpelijk en gevolg van een zinloze burgeroorlog. Kunstboeken, lezingen, rondleidingen, essays over kunst, adviezen bij kunstaankoop j.j.jong@qucknet.nl
drs jjj artes admirans
kinetische kunst in vast patroon van Truus van den Heuvel

Tuesday, 15 July 2014

Romaans Nederland II

 

De Sint Servaes te Maastricht

Column nr 325 dd 15 juli 2014

Tijdens de middelbare schooltijd logeerden wij op een boerderij in Reymerstok, waar we in het hooi onze slaapplaatsen hadden. We hebben het over de jaren vijftig van de vorige eeuw, de tijd van de Marshall hulp en de tijd dat in Soesterberg Gloster Meteors, Hawker Hunsters stonden gestationeerd. Een squadron Amerikaanse vliegers woonde vlak bij de militaire vliegbasis en een enkele keer mochten wij wel eens een bezoek brengen aan het vliegveld. In de zomervakantie trokken we erop uit en vanuit Reymerstok deden wij de Sint Servaes aan en later tijdens vakanties deze mooie plek in Maastricht nog wel een paar keer bezocht. Het bouwwerk is ontstaan uit de cultus rond St. Servaes, een bisschop die in 384 vanuit het Belgische Tongeren naar Maastricht trok. Die populariteit leidde tot het bouwen van een grafkerk. De oudste delen van het huidige kerkgebouw dateren uit de tijd rond 1000 na christus. Het is een zogenaamde pijlerbasiliek, bestaande uit een Westbouw zoals bij de Munsterkerk van Roermond, verder een driebeukig schip, een transept,  een koor, dat heel halfronde sluiting heeft met de twee flankerend Oosttorens ( zie foto). Onder het koor, de viering en het schip bevinden zich verscheidene crypten, een kenmerk ook van de romaanse bouw, welke crypten in de loop van de eeuwen tot stand kwamen. Destijds was een bezoek aan de schatkamer in de crypten een ware belevenis omdat daar prachtige gouden voorwerpen met edelstenen te zien waren, alles prachtig uitgelicht, zoals de staf, kruis en een wonderschone reliekschrijn. Tegen de eindgevel van de noordertranseptarm staat nu een gebouw dat bekend staat als de kapittelkapel en als dubbelkapel kan worden omschreven. Tegenwoordig is dat de bekende schatkamer. In de loop der eeuwen is er verbouwd en we nemen een grote sprong naar de 18e eeuw. In 1794 werd de St. Servaes bij het beleg door de Fransen zwaar beschadigd. In 1797 werd de kerk als bisschopskerk opgeheven, die eer ging naar Roermond, waar de Limburgse bisschoppen gingen zetelen. In 1804 werd de St. Servaes een parochiekerk, een kerk van het volk en niet alleen maar bisschopskerk. Tussen 1860 en 1900 werd de St. Servaes grootscheeps gerestaureerd onder leiding van de in vorige column genoemde grote bouwmeester en architect P. J. H. Cuypers. Niet alleen werden de muurpartijen van het koor grotendeels vernieuwd, ook de puntgevel van de absis ( zie foto) werd opgetrokken. Bouwmeester Cuypers vond de rode zandsteen uit de toon vallen ten opzichte van de andere bouwmaterialen. Hij had het rode pleisterwerk aan de buitenzijde van de kerk tegen de zin van de deken van het bisschoppelijk bestuur weg laten bikken, doch de opdrachtgever had uit revanche rode zandsteen laten bestellen en kreeg daarmede zijn zin. De Oost en Westtorens kregen toentertijd hun huidige spitsen en werden alle crypten, specifiek Romaanse bouwkenmerken, hersteld door nieuwe pijlers en gewelven aan te brengen. De laatste restauratie van de  St. Servaes dateert van de periode 1980-1990. Als U daar in de buurt bent, zult u zeker aan eens moeten kijken en ook aandacht besteden aan de prachtige koorgang, die onbesproken is gebleven in deze column. Geniet van fraaie architectuur, van de beeldende kunsten, wees creatief en een positief ingesteld mens, waardevol voor onze maatschappij. Kunstboeken, lezingen, adviezen, essays , rondleidingen etc. j.j.jong@quicknet.nl

drs jjj, artes admirans

 

 

Tuesday, 1 July 2014

A.J. G. Reulink, onbekend, maar schilder van formaat

Een dagje in de beeldentuin van Romee Kanis
Column nr 323 dd 1 juli 2014

Het is altijd weer een feest om rond te dolen in die prachtig aangelegde tuin in Sint Maartensvlotbrug. De tuin zet je regelmatig op het verkeerde been, door de leuke doorkijkjes en de plaatsing van de beelden. Daar is goed over nagedacht en de grote en kleine figuren komen goed tot hun recht. Verspreid door de grote tuin, tref je van Romee zo'n 40 beelden aan die zij in de loop van de jaren heeft gemaakt en nu in haar tuin op een koper wachten. Een mooie opdracht verwierf zij van de stad Schagen, waar zij een bank met een paar personen mocht maken voor de ingang van een klein stadspark. Dat is haar wel toevertrouwd en het is een fraaie creatie geworden, waar de passanten graag even naar kijken. Maar er waren veel meer beeldende kunstenaars te bewonderen. Met name de borstbeelden ( busten) van Ellen Frida de Nooijer getuigden van groot vakmanschap. In de tuin vond ik het magazine kunst-en museumkrant, die dit jaar nog niet was meegenomen vanuit een museum of galerie. Een kunstliefhebber zal met volle teugen van de inhoud van dat magazine genieten, niet alleen omdat het goed is opgemaakt- goed gedaan redactie- maar vanwege de vele aankondigingen, feiten en achtergrondverhalen. Over een van die verhalen op pagina 19 gaat deze column 323. Een bijzonder verhaal, maar niet uitzonderlijk, omdat het gewoon meer voorkomt. Het gaat om de nagelaten werken van de kunstschilder  R.G.J. Reulink, geboren in 1931 te Velp. Reulink was natuurlijk geen top schilder van de hoogste categorie, maar wel een zeer verdienstelijk vakman, die ook wel veel werk verkocht, maar toch veel werk naliet. In 2010 overleed hij en zijn boerderijtje tussen Arnhem en Zutphen moest worden leeggehaald. door zijn vier dochters uit twee huwelijken. Het ging om honderden schilderijen, die op verschillende plekken werden ondergebracht. Galerie Pieter Leen uit Breukelen wordt erbij gehaald en  hij neemt ze mee naar zijn galerie, waar er meteen een aantal worden verkocht. Over de prijs komt hij met de familie overeen dat die schappelijk moet zijn en iedere keer komt in de galerie een aantal werken van een bepaalde periode, stijl of onderwerp. Alle familieleden hebben ook zo hun eigen keuzen gemaakt en werk van vader/opa in hun huizen hangen. Op deze wijze geef je de schilder Reulink de waardering, die het verdient en krijgt hij postuum alsnog de eer en waardering die hem zeker toekomt. Immers, we heten niet allemaal Jan Makkes, die het net zo druk had met schilderen als met zijn PR. Hij maakte wereldreizen om aan grote leiders zijn werken aan te bieden als PR stunt. Dat is niet iedereen gegeven en de meeste kunstenaars zijn bescheiden mensen op de achtergrond, die hun ding doen en verder geen polonaise aan hun lijf willen hebben. U treft deze column weer op een andere plaats aan. Het is even niet anders met deze technische hulpmiddelen. Hieronder treft u nog een impressie aan van een werk van Reulink.
Kunstboeken, lezingen, rondleidingen, exposities, essays j.j.jong@quicknet.nl
Geniet van de zomer, het strand, de duinen het bos, wees creatief, trek erop uit langs wandel en fietspaden en wees een prettig mens voor je omgeving
drs jjj, artes admirans




Stoel, handdoek, citroen, olieverf op linnen, 70 x 50 cm, 1957